Afdrukken Verzenden
   

Home

geschiedenis

Geschiedenis aardappel


De aardappel is vanuit Zuid-Amerika naar Europa gebracht door Spaanse ontdekkingsreizigers. Waarschijnlijk nam Diego de Amalya de eerste plant in 1536 mee uit Peru of Chili, waar deze aardappel bekend stond als chunu. De Inca's verbouwden de plant toen al honderden jaren. De aardappelplant groeide ook op grote hoogten in de Andes, waar veel andere planten niet meer kunnen groeien. Op basis van DNA-onderzoek is aangetoond dat alle aardappels afstammen van één plant uit zuid-Peru.

Monniken waren verantwoordelijk voor de verspreiding van de aardappel vanuit Spanje naar de andere Europese landen. Zij pootten de plant in hun kloostertuinen. Ook in botanische tuinen vond de aardappelplant zijn weg. De aardappel groeit al sinds de Tachtigjarige Oorlog in de Leidse Hortus, sinds 1640 in Groningen en sinds 1689 in Amsterdam.

Carolus Clusius plantte in 1588 in Mechelen voor het eerst aardappelen in de tuin van van Pitsemburg. In 1601 schreef hij over de voortplanting van de aardappel door zaad. Men ontdekte dat uit zaad van een paarsbloeiende plant ook witbloeiende planten opgroeiden. Er zijn in Europa door selectie dus waarschijnlijk al vroeg verschillende rassen ontstaan. In Nederland kruiste Petrus Hondius (geboren in 1578 te Vlissingen en overleden in augustus 1621 te Terneuzen) aardappelen met elkaar. Door virus-infecties gingen de rassen echter snel achteruit en werd regelmatig teruggegrepen op zaad.

aardappel_geschiedenis_1.jpg

De boeren wilden aanvankelijk niets van de plant weten. Omdat de stengels en bessen giftig zijn, dachten ze dat de knollen ook ongezond zouden zijn. Pas in 1727 werd de aardappel, voor het eerst in Friesland, als voedsel erkend. Langzamerhand kreeg de aardappel toch steeds meer de rol van volksvoedsel en in de 17e eeuw werd de aardappel in alle Europese landen verbouwd. Vanwege het hoge gehalte aan vitamine C werd de knol, met name tijdens lange zeereizen, ook gebruikt ter voorkoming van scheurbuik.

Geert Veenhuizen (o.a. Eigenheimer en Rode Ster) en Kornelis Lieuwes de Vries (Bintje) waren Nederlanders die zich in de 18e en 19e eeuw bezighielden met de teelt en ontwikkeling van de aardappel.

aardappel_geschiedenis_2.jpg

De geschiedenis van de friet:
De vooral arme inwoners van Namen, Andenne en Dinant waren gewent om uit de Maas kleine visjes te vangen en deze te frituren om hun dagelijkse kost te verbeteren. Maar als het wat vroor was het vissen te gevaarlijk. Daarom sneden ze dan aardappelen in de vorm van een visje en frituurde deze. Zo is het frituren van aardappel (frietjes) ontstaan. Dit gebeurd al sinds 1680!

De geschiedenis van het Bintje:
Een leraar, bezeten van aardappelen, uit het friese dorp Suameer in het begin van de 20e eeuw besteedde zijn vrije tijd aan het experimenteren met aardappelen. Hij kruiste bekende rassen en kweekte zo nieuwe variëteiten die hij telkens vernoemde naar één van zijn negen kinderen. Toen hij bij zijn 10de gekweekte aardappelras kwam vernoemde hij deze naar een meisje uit zijn klas, Bintje Jansma, en juist die aardappel werd wereldberoemd.

aardappel_geschiedenis_3.jpg

De geschiedenis van chips:
In 1853 was er in de Amerikaanse stad Saratoga een scheeps- en spoorwegindustriemagnaat genaamd Vanderbilt. Tijdens een maaltijd klaagt hij over de te dikken plakken aardappel die hij heeft gekregen en stuurt deze terug naar de kok. De heer des huizes, George Crumb, laat zich niet van zijn stuk brengen en haalt een grap met Vanderbilt uit. Hij snijdt de aardappelen flinterdun en dompelt ze in de kokende olie. Wanneer Vanderbilt ze voorgeschoteld krijgt is hij helemaal weg van de dunne, knapperige schijfjes. Ze zijn zo dun dat hij ze met zijn vingers moet eten en mede hierdoor vind hij ze heerlijk!